Kantoor Sijtsma
Spanjaardslaan 2
8917 AT Leeuwarden
Telefoon
(058) 213 99 33
Mobiel
06 - 224 172 93
Fax
(058) 299 12 25
E-mail
info@verkeersschool-sijtsma.nl


Het nieuwe theorie-examen

Het nieuwe theorie-examen voor de personenauto bestaat per 1 maart 2009 uit drie onderdelen:

Verkeersinzicht en risico's

Bij de vragen over verkeersinzicht gaat het niet zozeer over wat in de wet geregeld is, maar vooral wat in een bepaalde situatie verstandig is om te doen.

Gevaarherkenning

Het onderdeel gevaarherkenning is nieuw. En telt tot 1 maart 2009 niet mee voor de uitslag van je theorie-examen. Zo heeft iedereen de kans om aan dit nieuwe onderdeel te wennen. De gevaarherkenningsvragen beantwoord je door aan te geven wat je in deze situatie zou doen:

Wanneer geslaagd?

Vanaf 1 maart 2009 slaag je voor het vernieuwde theorie-examen als:

Direct een certificaat

Het examen duurt ongeveer drie kwartier, inclusief de toelichting vóór de examenvragen. Daarna stelt de computer in ongeveer een kwartier de uitslag vast. Als je slaagt, krijg je het theoriecertificaat direct mee. Als je zakt, krijg je een uitslagformulier met daarop per examenonderwerp het aantal vragen dat je foutief, te laat of niet hebt beantwoord. Daarnaast staat een lijst afgedrukt met alle examenonderwerpen (bijvoorbeeld 'verkeersborden', 'inhalen' of 'voorrangsregels').


Het nieuwe rijexamen

Het nieuwe rijexamen vanaf 1 januari 2008 ingevoerd.


Minister Eurlings van het ministerie van Verkeer en Waterstaat heeft ingestemd met de opzet van het CBR voor het vernieuwde rijexamen voor de personenauto. Het examen wordt vanaf 1 januari 2008 geleidelijk ingevoerd en is bedoeld om het ongevallencijfer onder beginnende bestuurders omlaag te brengen. Nieuwe rijbewijsbezitters hebben een veel hoger ongevalrisico dan ervaren automobilisten. Het vernieuwde rijexamen is in opdracht van Verkeer en Waterstaat door het CBR ontwikkeld om de verkeersveiligheid in het algemeen en veilig rijgedrag van beginnende bestuurders in het bijzonder te verbeteren. De afgelopen jaren zijn er al specifieke maatregelen genomen voor de beginnende bestuurder, zoals de invoering van een beginnersrijbewijs en strengere alcohollimieten.

Wat zijn de veranderingen?

Vanaf 2008 worden aspirant-automobilisten nadrukkelijker opgeleid en geëxamineerd in zelfstandig rijden, gevaarherkenning, file rijden en milieubewust rijgedrag. Die elementen hebben geleid tot nieuwe examenonderdelen. Deze worden hieronder toegelicht. In de nieuwe opzet staat de eigen verantwoordelijkheid van de aankomende bestuurder centraal. Het vernieuwde examen is in nauwe samenwerking met onderzoekers, de rijschoolbranche en verkeersorganisaties tot stand gekomen. De kosten van het theorie- en praktijkexamen blijven gelijk.

Overgangsperiode

Voor de invoering van het praktijkexamen is een overgangsperiode van drie maanden uitgetrokken. In die periode mag een kandidaat zowel het oude als het vernieuwde model doen. Vanaf 1 april 2008 neemt het CBR alleen nog het examen-nieuwe-stijl af.

Nieuw onderdeel: Zelfstandig route rijden

Een kandidaat rijdt vanaf volgend jaar een deel van de examenrit zonder aanwijzingen van de examinator. Het ‘zelfstandig route rijden’ kan op drie manieren worden uitgevoerd:
- naar een variabel Oriëntatiepunt rijden (zichtbare gebouwen/objecten of voor de
  kandidaat bekend punt);
- meerdere routeopdrachten tegelijk (clusteropdracht);
- met behulp van een navigatiesysteem.

De examinator bepaalt vooraf hoe de kandidaat het onderdeel ‘zelfstandig rijden’ moet uitvoeren. Dit meldt hij de kandidaat aan het begin van de examenrit. Als er geen navigatiesysteem in de lesauto aanwezig is, of als de kandidaat er niet mee heeft leren werken, dan beperkt de keus zich tot de eerste twee varianten. Het zelfstandig rijden zal minimaal tien tot maximaal vijftien minuten van het examen in beslag nemen. De totale examentijd blijft hetzelfde. Het bereiken van het juiste eindpunt is overigens geen doel op zich, wel de wijze waarop de kandidaat zijn verkeerstaak uitvoert.

Nieuw onderdeel: Bijzondere manoeuvres

Er is met opzet voor de term bijzondere manoeuvres gekozen om het verschil aan te geven met de huidige bijzondere verrichtingen. Het vernieuwde rijexamen kent drie bijzondere manoeuvres: een omkeeropdracht, een parkeeropdracht en een stopopdracht.

Van deze drie kiest de examinator er twee. Daarnaast kan de examinator steekproefsgewijs de hellingproef laten uitvoeren.

Bij de uitvoering van de bijzondere manoeuvres is niet alleen het technische aspect belangrijk. Er wordt vooral ook gelet op de keuzes die daaraan vooraf gaan, zoals de plaats, het moment en de wijze waarop de kandidaat de opdracht uitvoert.

Nieuw onderdeel: Gevaarherkenning door situatiebevraging

Bij dit nieuwe onderdeel wordt de kandidaat na uitvoering van een verkeerssituatie gevraagd waarom hij dat op die manier heeft gedaan. Wat of hoe heeft de kandidaat de situatie opgelost en welke afwegingen heeft hij hierbij gemaakt? Het onderdeel wordt al vüür de verkeerssituatie aangekondigd. Zo wordt duidelijk dat het niets te maken heeft met het wel of niet goed uitvoeren van de verkeerstaak.

Nieuw onderdeel: Zelfreflectie

Voor het examen vult de kandidaat een vragenlijst in, bijvoorbeeld thuis of tijdens de rijlessen. Die lijst geeft hij aan het begin van het examen aan de examinator. Deze bekijkt de antwoorden pas ná de examenuitslag en bespreekt samen met de kandidaat de antwoorden. Van belang hierbij is dat de kandidaat een realistisch beeld heeft van zijn eigen capaciteiten en beperkingen als automobilist. Zelfreflectie heeft als doel om het gedrag van de aspirant rijbewijsbezitter op een positieve manier te beïnvloeden. Het is echter geen vaardigheid en wordt daarom niet in de beoordeling meegenomen.

Nieuw onderdeel: Milieubewust rijgedrag

Voor een beter milieu en voor de eigen portemonnee is het belangrijk dat automobilisten milieubewust autorijden, dus volgens de principes van Het Nieuwe Rijden. Milieubewust rijgedrag wordt in het vernieuwde rijexamen als een afzonderlijk item beoordeeld. Hierbij wordt vooral gekeken naar het anticiperend rijgedrag, zoals het rijden met een constante snelheid en het maximaal gebruikmaken van het rollend vermogen van de auto. Dit draagt niet alleen bij aan vermindering van het brandstofgebruik, het heeft ook een positieve invloed op veilig rijgedrag. Aan dit onderwerp wordt ook in het vernieuwde theorie-examen extra aandacht besteed.